Het duurt tot driekwart van het boek voordat Irina en Leslie voor het eerst met elkaar vrijen. Ze liggen op ‘een rond zandheuveltje waar de bomen wijder uiteen stonden’. Een plek in het verboden deel van het bos, de wildernis. Leslie twijfelt: ‘de wildernis is niet voor niets afgesloten. Het weren van mensen is nodig om de natuur tot zichzelf te laten komen, te laten herstellen. Alles werd vervuild, verstikt, verjaagd voor de waterramp. Nu hebben dieren daar tenminste rust en ruimte.’ Irina vindt dit een achterhaalde visie. ‘Mensen zijn ook dieren,’ zegt ze. ‘Het is onnatuurlijk dat wij gescheiden leven van de rest.’
Een verboden liefde in een verboden bos, personages die ondervinden waar de grens van hun vrijheid ligt en telkens opnieuw moeten overwegen of ze tegen de regels ingaan en ervaren wat de consequenties van hun keuzes zijn, dat tekent Zij kwam voor hulp (2024), het meest recente boek van Minke Douwesz, waarvan het manuscript vorig jaar naar het Literatuurmuseum is gebracht.
