Elke maand de nieuwste verhalen lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wanneer mensen mij vragen wat ik vroeger wilde worden, antwoord ik steevast: schrijver. In mijn herinnering liep ik op de basisschool telkens heen en weer tussen mijn tafeltje en de kast waar de nieuwe schriften lagen, omdat ik opnieuw alle lichtblauwe lijntjes had volgepend. Aan het einde van de dag zagen mijn handen doorgaans blauw van de inkt, ook doordat ik als linkshandige continu over mijn eigen schrijfwerk heen veegde.
Gelukkig had de juf niet alleen aandacht voor mijn grootverbruik van pen en papier, maar ook voor het resultaat. Als school deden we mee aan een landelijke poëziewedstrijd – een oproep die direct een stortvloed aan inspiratie in mij losmaakte. Na het weekend legde ik vol trots een complete lila multomap met ruim dertig in Comic Sans uitgetypte gedichten op haar bureau, die de juf zonder enige terughoudendheid op de bus deed. Dat ik vervolgens won, schrijf ik persoonlijk niet zozeer toe aan de kwaliteit van de gedichten (die waren namelijk tenenkrommend), maar vooral aan de wetten van de statistiek.


