Heilige haast

Over Mystiek lichaam van Frans Kellendonk

‘De roman waar ik aan werk gaat weer over nietige mensen en alledaagse pesterijen en je zult het niet geloven, maar ik heb zo’n idee dat dit boek diepzinniger en veelomvattender is dan alles wat ik tot dusver heb geschreven.’

Frans Kellendonk aan Willem Oltmans, 22 februari 1985

‘De roman waar ik aan werk gaat weer over nietige mensen en alledaagse pesterijen en je zult het niet geloven, maar ik heb zo’n idee dat dit boek diepzinniger en veelomvattender is dan alles wat ik tot dusver heb geschreven.’
Toon hoofdstukken

Inleiding

Eenzamer dan ik had gedacht

 

Mystiek lichaam (1986), de laatste roman uit het compacte oeuvre van Frans Kellendonk (1951-1990), behoort tot de kroonjuwelen van de moderne Nederlandse literatuur. Het werk wordt geprezen om zijn humor en stilistisch vernuft en de erin vervatte cultuurkritiek houdt tot vandaag de dag de gemoederen bezig. Bijna dertig jaar na zijn dood staat Kellendonk onverminderd in de belangstelling. In 2015 verschenen een editie van De brieven en een uitgave van het Verzameld werk in twee delen. In zijn geboorteplaats Nijmegen wordt sinds 1992 jaarlijks de Frans Kellendonklezing georganiseerd. Jaap Goedegebuure publiceerde in 2018 Kellendonk. Een biografie.

 

In 1977 debuteerde Kellendonk met de verhalenbundel Bouwval, gevolgd door de novelle De nietsnut (1979) en de roman Letter en geest (1982). Na de verhalenbundel Namen en gezichten (1983) begon hij aan wat zijn bekendste en meest spraakmakende roman zou worden. In het archief van het Literatuurmuseum bevinden zich de manuscripten en typoscripten van Mystiek lichaam. Ze zijn in 2005 door OC&W aangekocht en vervolgens aan het museum geschonken. Het materiaal bestaat onder meer uit aantekeningen, invallen, aanzetten, fragmenten en vroege versies van de roman.

 

Kellendonk documenteerde zich uitvoerig en was langdurig met de structuur van het verhaal in de weer. Op 22 juni 1984 schreef hij aan dirigent en goede vriend Ed Spanjaard:

Tussen een hoop gedraai en een wirwar van uitvluchten, een stapel papier die meer dan een kilo weegt intussen, heb ik nu mijn eigenlijke verhaal ontdekt. Het is doodsimpel: een vader en een dochter houden van elkaar tot wurgens toe en zij bevrijdt zich uit die houdgreep door zwanger te worden van een willekeurige vreemde. […] De slaapwandelaarster tippelt nu langs de afgrond met een snelheid van drie blz. per dag en is niet meer te stuiten.

Mystiek lichaam moest Kellendonks ‘grote roman’ worden, een genre waar hij heilig in geloofde: ‘Het is het enige genre dat complex genoeg is om het hele lezersbewustzijn te engageren, om een beeld van de werkelijkheid te bieden dat zich kan meten met de hele ervaringswereld van de lezer.’ Vanwege die totaalbeleving vervult de roman een spilfunctie in een harmonieuze samenleving, meende Kellendonk: ‘Wanneer de roman zou verdwijnen, zou dat betekenen dat de mensen zichzelf niet meer kunnen zien als een deel van een samenleving, het zou de verbrijzeling van de maatschappij betekenen. Maar juist omdat de samenleving aan het verbrokkelen is, wordt het steeds moeilijker om romans te schrijven. […] Daarom moet een romanschrijver tegenwoordig het kaliber hebben van Jezus Christus.’

In Mystiek lichaam staat een gedenkwaardig gebroken gezin centraal, bestaande uit de vrekkige weduwnaar A.W. Gijselhart en zijn twee kinderen, de rebbelende, bewust ongehuwde Magda, bijgenaamd ‘Prul’, en de homoseksuele kunstcriticus Leendert, alias ‘Broer’. Het boek verscheen op 9 mei 1986, een jaar na Kellendonks aanvankelijke deadline. In de aanbiedingstekst is te zien dat deze roman ‘over de economie van de liefde’ nog tot in een laat stadium de titel Gijselhart droeg. Mystiek lichaam was evenwel geen ultieme vondst, want Kellendonk had deze titel ook al overwogen voor Letter en geest.

Direct na verschijning werd Mystiek lichaam onderwerp van een heuse affaire, toen enkele recensenten de auteur betichtten van antisemitisme en homofobie. Kellendonk was ziedend, maar ook vol moedeloosheid over het lot dat zijn onbegrepen meesterwerk te beurt dreigde te vallen: ‘Ik ben bang dat het boek voorlopig onleesbaar zal blijven. Ik kan die vijandigheid niet echt begrijpen […]. Dit werk is nog veel eenzamer dan ik steeds heb gedacht.’ (Kellendonk aan Ernst Braches, 16 juni 1986)