Het fantasieboekje dat leidde tot een heuse paspoortaffaire

door Bertram Mourits

Een jeugdboek vermomd als paspoort, om een fantasiereis mee te maken. Geslaagd idee voor de Kinderboekenweek, maar de uitvoering was zó overtuigend dat de hele oplage in 1982 door justitie in beslag werd genomen.

 

Het had nog wel erger kunnen zijn voor Els Pelgrom of haar uitgeverij: vijf jaar gevangenisstraf staat er tegenwoordig op. Of een geldboete van € 82.000. Nee, het vervalsen van een paspoort is geen geintje voor de Nederlandse wetgeving.

 

Even terug naar het begin. Het is 1982, het Kinderboekenmuseum lag nog meer dan tien jaar in de toekomst, maar de Kinderboekenweek bestond al wel bijna dertig jaar. Het Kinderboekenweekgeschenk dat jaar was een kalenderboek vol spelletjes en verhalen, samengesteld door Thera Coppens, Gerda de Visser en Martine Schaap. En het thema van de jaargang 1982 was, vergelijkbaar met het thema van dit jaar, Reizen. Uitgeverij Kosmos besloot in te haken met een speciale editie, om het tienjarig bestaan van haar jeugdfonds te vieren. Els Pelgrom werd gevraagd een verhaal schrijven voor een bijzonder boekje (dat voor een bijzondere prijs in de winkel zou komen te liggen: ƒ 2,50).

 

In 1995 zou Pelgrom het officiële geschenk schrijven, maar in 1982 was ze pas vier jaar fulltimeschrijver, overigens al wel met een Gouden Griffel op zak voor De kinderen van het Achtste WoudKleine Sofie en Lange Wapper had ze nog in de pen. Een opkomende ster dus. Voor Kosmos schreef ze Het verloren paspoort en Max Velthuijs was verantwoordelijk voor de vormgeving. Het is een geraffineerd verhaal, waarbij vorm en inhoud en ook fantasie en werkelijkheid elkaar versterken. 

Het verloren paspoort, 1982. (Collectie Literatuurmuseum)

 

 

Het verhaal begint op het moment dat het elfjarige Italiaanse meisje Rossella Francisca Marcini bij de gemeente Amsterdam haar paspoort ophaalt. Ze heeft het nodig om naar haar vader te reizen, en ze is er trots op: ‘ik heb mijn eigen paspoort’, zegt ze hardop. Dat kan de lezer van het boekje haar nazeggen, want het verhaal is vormgegeven als een soort paspoort. Ongeveer hetzelfde formaat, met tussen het verhaal door enkele lege pagina’s voor de visa, uitgereikt door het ‘Koninkrijk der Kosmopolieten’, onder de verantwoordelijkheid van het ‘Ministerie van Vermakelijke Zaken’. Niet van echt te onderscheiden, tenminste, voor wie ermee op reis gaat in een fictieve wereld.

 

Rossella gaat op reis, neemt de nachttrein – en dan begint de bijdrage van Velthuijs aan het verhaal. Want de conducteur neemt het paspoort in, waarna twee bladzijden volgen zonder tekst, maar mét stempels uit Duitsland en Zwitserland (dit speelt zich allemaal af lang voor het Schengenverdrag). Sla de bladzijde om, en ze is gearriveerd. Dan verliest ze haar paspoort, dat wordt gevonden door een zekere Umberto, die een buitenkansje proeft: hij vervalst het paspoort en kan nu opeens zelf ook beginnen aan een wereldreis, tegelijk met Rossella, als niet-bestaand zoontje van de vader naar wie zij op zoek is. 

 

 

Werkelijkheid en fantasie beginnen door elkaar te lopen, identiteit staat niet meer vast – Pelgrom speelt graag een dergelijk spel in haar werk, en het stoort haar bijzonder wanneer de kritiek dat niet begrijpt. In een interview met Rindert Kromhout legt ze uit dat ze er juist naar streeft dat beleving van verhaal en werkelijkheid door elkaar lopen.

Waar ik erg mee bezig ben is: wat is werkelijkheid? Als je naar een film kijkt, of naar een toneelstuk, of ook als je een boek leest, dan kun je er zo helemaal in zijn als het goed is, dan maakt het niet meer uit of het werkelijk is of niet.

 

 

Maar over dat laatste, of het uitmaakt wat werkelijk is of niet, had het Openbaar Ministerie een totaal andere mening. 


De ontregeling begon toen een paar kinderen met het boekje probeerden geld op te nemen bij een postkantoor, vertelt Joke Linders in een artikel over deze ‘paspoortaffaire’. Het was aanleiding om het boekje uit de handel te laten nemen en de politie op de boekhandel af te sturen. 


Op 9 oktober 1982 had in de Volkskrant nog een vrolijke beschrijving gestaan van het boekje: ‘De uitgeverij heeft een perfect gelijkend paspoort laten drukken’, stond er, en ‘De koper van deze uitgave hoeft nog slechts zijn foto er in te monteren en zijn persoonlijke gegevens in te vullen’ en daarmee had je een voorwerp waarmee je ‘met gemak een slaperige douanier kan beduvelen’.


Een week later meldde dezelfde krant, nu zonder ironie: ‘De justitie is van mening dat het boekje te veel op een echt paspoort lijkt, waardoor misbruik mogelijk is.’ Kosmos-directeur Peter Bakker reageerde lacherig: ‘Het lijkt me uitgesloten dat je met dit paspoort als legitimatie bij een bank geld krijgt. Ik zou als bankdirecteur de employé onmiddellijk ontslaan.’ Maar hij moest de levering aan de winkels wel degelijk stopzetten, en de NRC-verslaggever ter plekke schreef dat in Bilthoven winkels hun voorraad aan de politie moesten afgeven.

 

Tonke Dragt en Rindert Kromhout sturen een ingezonden brief aan de Volkskrant, waarin ze een nieuwe prijs introduceren, de ‘Gouden Gniffel’, een prijs ‘die bestaat uit een vertederende glimlach, Elg Pelgrom hoogstpersoonlijk toegezonden door de gezamenlijke juryleden’. Tonke Dragt maakte diverse paspoorten voor mensen die dat leuk vonden, een grap die ze jaren zou volhouden. Een van de mooiste is dat voor Max Velthuijs.

 

 

Een boekje over een verloren paspoort in de vorm van een paspoort, dat vervolgens grotendeels van de aardbodem verdwijnt juist omdat het die vorm heeft, en dat het verhaal vertelt van een reis die voor een deel mét, en voor een deel ook zonder paspoort plaatsvindt: ‘als het goed is, maakt het niet meer uit of het werkelijk is of niet’. Tenminste, totdat de grenzen van de verbeelding de grenzen van de wet beginnen te tarten.