Schrijversleven in een reiskoffer

In documenten en foto’s komt het leven van Anna Blaman (1905-1960) voorbij in de reiskoffer die het Literatuurmuseum onlangs uit de nalatenschap van Alie Bosch ontving. De grootste verrassing: een heus kerstverhaal, door Blaman zelf voorgelezen.

 

 

Het Literatuurmuseum is in het bezit gekomen van een reiskoffer met een belangrijke collectie Blamaniana, afkomstig uit de nalatenschap van Alie Bosch (1909-1984), die sinds 1936 Anna Blamans ‘vriendin voor het leven’ was. Ze was van grote betekenis voor Blaman; zo komen in alle romans personages voor die geïnspireerd zijn op Alie Bosch, (wijk)verpleegster die aanvankelijk alleen als ‘Zuster B.’ bekend was.

 

De reiskoffer, die jarenlang, zo wil het verhaal althans, onder het bed van Alie Bosch heeft gestaan, voert ons langs verschillende scènes uit het leven van de schrijfster van Eenzaam avontuur. Er zitten handschriften en typoscripten in, waaronder een gehalveerd blad van haar eerste, nooit verschenen roman Peter Minne en enkele bladen van de onvoltooid gebleven, maar postuum wel verschenen roman De verliezers.

 

 

Rotterdamse sporen zijn er ook te vinden, bijvoorbeeld dankzij het typoscript van de eenakter Driemaal is scheepsrecht of Het mirakel der verbeelding, die opgevoerd werd in de Rotterdamse Schouwburg ter gelegenheid van de Boekenweek 1956. Dit stuk schreef én speelde Blaman met haar Rotterdamse vrienden Alfred Kossmann en W.A. Wagener. Het begint als volgt:

Anna Blaman ligt op een chaise longue op het toneel. Naast haar een tafeltje met een telefoontoestel en een kruik jenever met glaasjes.

 

Anna Blaman: Nou, daar lig ik dan toneel te spelen. Liggen doe ik wel meer, toneelspelen nooit. Maar mijn rol is voorlopig niet zo moeilijk. Ik moet een boek lezen. Daar is het dan ook Boekenweek voor. En dit boek bevalt me best. Ik kan mijn ogen er gewoon niet van afhouden. Mag u raden wat het is. Raadt u nooit. ’t Is mijn tekst. Hoort u maar. (leest voor) Anna Blaman kijkt voor zich uit. Zegt: Wat lig ik hier toch heerlijk op een divan. In een verrukkelijke tête à tête met een boek. Ze zeggen wel eens dat boeken je vrienden zijn. Wat is dat waar! Zucht luid. (zucht) Ach ja, je kunt beter een boek hebben dat praat als een vriend dan een vriend die praat als een boek. Dat is net één van die pittige formuleringen van Garmt Stuiveling. Ze klinken heel mooi, maar wat betekenen ze eigenlijk?

Foto van Anna Blaman, 26 juli 1947, ‘voor Alie’ uit de reiskoffer

 

 

Uitgetypte aantekeningen voor lezingen die Blaman gaf – en waar ze vermaard om was – geven inzicht in waarover ze zoal sprak: over filosofie, literatuur, Albert Camus, de burger en de kunst, maar ook over eigen werk:

Ik persoonlijk had geen boodschap uit te dragen en ik voelde me lang niet in mensenkennis elk ander de baas. Toch kon ik niet nalaten te schrijven en ik schreef Vr.[ouw] en Vr.[iend] Wat ik daarmee beoogde: verhouding en karakter Sara [een hoofdpersonage uit Vrouw en vriend]. Maar thema van de eenzaamheid. Een niet teboven te komen menselijke eenzaamheid werd geconstateerd. Eenzaam Avontuur: Titel. Hier wordt de eenzaamheid niet alleen geconstateerd, maar bovendien aanvaard. Kruisvaarder: Hier wordt niet alleen geconstateerd en aanvaard, maar bovendien als een noodzakelijkheid ondervonden om te komen tot waarachtige innerlijke zelfstandigheid.

Van een geheel andere orde is een boodschappenlijstje in het handschrift van de schrijfster dat zich tussen de papieren bevindt en dat wel iets van een ready made heeft: ‘sla, komkommer, aardappelen, pakje roomboter, jam (abrikozen), potje augurkjes.’

Tot de collectie behoren ook typoscripten van anderen, onder wie Ellen Warmond, met wie zowel Anna Blaman als Alie Bosch bevriend was. Drie ingebonden bundels van deze dichteres, die in Rotterdam woonde en bij het Letterkundig Museum (zoals het Literatuurmuseum toen heette) werkte, werden in de koffer aangetroffen: Werk in uitvoering, In het teken van Kanaän en Horen & zien.

In laatstgenoemd bundeltje staat in het colofon te lezen: ‘De bundel “Horen en zien” werd op 11 november 1957 met 2 handen vervaardigd uit de letter “Adler” op papier van het Letterkundig Museum. Verzorging van bandontwerp en mikroben tussen de tekst door de auteur. Deze oplage bestaat uit 1 genummerd en gesigneerd exemplaar.’

Vanuit biografisch oogpunt zijn de brieven het interessantst; onder de correspondenten bevinden zich W.L. Brusse, die Peter Minne zou uitgeven tot Blaman het terugtrok, A.H. Nijhoff-Wind, Sonja Witstein en natuurlijk Alie Bosch. Aan laatstgenoemde zijn 39 brieven/prentbriefkaarten aanwezig, waarvan er slechts een aantal bekend was en waarvan de oudste gedateerd is 5 juli 1944:

 

Ik houd in ieder geval nog veel meer van je dan toen ik je voor ’t eerst feliciteerde; mijn gevoel voor jou ben ik zelf geworden terwijl ik het eerst als iets nieuws in m’n hart voelde. Laten we daarom afspreken dat wie er ook zou komen in jouw of mijn leven, dat wij die nieuwe samen altijd een beetje belazeren; altijd zullen we elkaar de armen om elkaars hals kunnen vragen; dat lijkt me voorshands de beste oplossing voor het grote mysterie dat ons bindt en dat we vriendschap zullen noemen (een vriendschap die menige liefde overtreft in tederheid, warmte en goedheid). 

Toen Anna Blaman dit schreef, kon ze niet vermoeden dat Alie een paar maanden daarna verliefd werd op een Rotterdamse dansleraar, P.Ch.D. Zom, vereeuwigd als de kapper Peps in Eenzaam avontuur. In een brief van 1 oktober 1948, ruim vier jaar later, klonk dan ook een heel ander geluid:

 

Ik heb jou in wezen geschrapt. En niet omdat ik je niet meer zien kan als een geliefde die zich aan mij wil houden omdat ze een lief menswaardig contact, dat van de eenzaamheid verlost, met me heeft; daarom niet. Ik heb je geschrapt omdat je als mens blijft teleurstellen. Ik vind het doodeenvoudig ridicuul, van een keukenmeidengeest getuigend, dat eindeloze teruglopen naar een onbeduidende half-analphabeet als die Zom.

 

De allesverterende jaloezie van Bart Kosta op Peps uit Eenzaam avontuur vindt zijn oorsprong in die van Anna Blaman op Zom. In verband met deze affaire is ook een anoniem klikbriefje aan Zom over Alie te lezen, dat slechts uit het volgend berichtje bestaat: ‘je “vrouw” is weer eens in de Vliegerstr [Blamans adres] geweest vannacht.’

Tot de collectie Blamaniana behoren eveneens diverse gedichten, al dan niet aan Alie Bosch opgedragen:

 

Kortom, de reiskoffer biedt een caleidoscopische blik op Blamans leven; zelfs een handtas van de schrijfster bleef bewaard met daarin twee portemonnees en een vulpen. In een van de portemonnees zit een haarlok, waarschijnlijk van Anna Blaman.

Zou Alie Bosch na Blamans dood de papieren en spulletjes uit de koffer vol weemoed weleens door haar handen hebben laten gaan? Van de ongeveer 200 foto’s – officiële portretfoto’s van gerenommeerde fotografen als Stephan Storm (pseudoniem van Faan Nijhoff) en Edith Visser maar vooral veel vakantiekiekjes, onder andere gemaakt in de Zuid-Franse stad Menton – zal ze vrolijk geworden zijn.

Net als van de met kennelijk plezier in scène gezette foto waarop de rollen van beide vrouwen omgedraaid zijn: Anna Blaman in een kek verpleegstersuniform, geflankeerd door Alie Bosch als patiënte, zichtbaar lijdend.

Een van de ontroerendste objecten uit de reiskoffer is een grammofoonplaat waarop Anna Blaman haar kerstverhaal ‘De grote mensen’ voorleest. Dit verhaal verscheen oorspronkelijk op 24 december 1957 in het Rotterdamsch Nieuwsblad met een tekening van Charles J. Kemper. Het plaatje werd bij klankstudio Peekel aan de Mathenesserlaan in Rotterdam in één exemplaar gemaakt, in opdracht van de schrijfster als cadeautje voor haar vriendin. Een geschenk voor het leven.

 

Stille nacht, Heilige nacht! Ze zongen het samen, oom Hendrik met z’n zware stem en zij met haar kleine naakte kinderstem. En al de grote mensen die achter hen zaten, er was er niet één meer die lachte, al de grote mensen zongen ook mee, niet met woorden, maar zacht neuriënd. Het klonk mooi, het was ineens weer helemaal feest. Ze keek stralend op naar oom Hendrik en daarna keek ze stralend, vergevensgezind achterom naar haar vader en haar moeder en naar al de anderen.

Een schrijversleven in een reiskoffer: van boekenweek tot een écht kerstverhaal, met het juiste sentimentele gehalte dat bij een klassiek kerstverhaal hoort, eindigend in volmaakte harmonie.

 

Beluister hier het kerstverhaal ‘De grote mensen’, voorgelezen door Anna Blaman.


(Met dank aan Aad Meinderts. Illustraties De grote mensen: Annette Fienieg.)

 

Het verhaal zoals het is gepubliceerd in Rotterdams Nieuwsblad, 24 december 1957