De nalatenschap van Armando: grootse poëzie in kleine notitieblokjes

Toen Armando in 2018 overleed, had het Literatuurmuseum maar weinig van hem in de collectie. Zijn archief was verdeeld tussen Amstelveen en Potsdam. Het was bovendien in gebruik, want Armando is tot het allerlaatst door blijven werken. Inmiddels is zijn literaire nalatenschap in het Literatuurmuseum. Een eerste blik op het materiaal. 

 

Imposant: het is een van de opvallendste kenmerken van het werk van Armando. De schilderijen zijn vaak groot, de beeldhouwwerken ook. Vlaggen, trappen, hekken, wielen, landschappen, kanonnen: het is overdonderend verbeeld.  

 

Het geldt niet alleen voor zijn beeldende werk, maar ook voor het literaire. In de gedichten staat geen woord te veel – dus die zijn vaak kort, maar de thematiek is groots en onontkoombaar. Oorlog, geweld, vernietiging, zoals in de bundel tucht uit 1979.   

 

hij zegt  

hij zegt: jij.  

hoe.  

gewapend staan, gehoorzaam.  

tucht.  

 

zichtbaar.  

versteende leegte grijs en ijzer.  

tucht.  

 

Het is taal die geen tegenspraak duldt; die sprakeloos maakt.   

 

Armando valt niet te imiteren, wie hem leest vergeet hem niet snel

Lees artikel

Toen Armando overleed was van zijn werk in het Literatuurmuseum nauwelijks iets te vinden, hij had alles zelf nog, in Amstelveen en Potsdam, of anders wel in het museum dat aan zijn werk was gewijd. Maar dat museum – Museum Oud Amelisweerd was een tijd de thuishaven voor zijn werk – hield in 2018 op te bestaan. 

 

Inmiddels heeft de nalatenschap zijn weg gevonden naar het RKD voor het beeldend werk, en naar het Literatuurmuseum voor het literaire materiaal. Het eerste wat opvalt wanneer je op zoek gaat naar handschriften, is dat Armando zijn invallen noteerde in boekjes die ik geneigd ben ‘schattig’ te noemen. Een paar centimeter groot zijn ze, sommige mooi gebonden met de sticker van de winkel er nog in (Paolo Olbi, Venezia). Andere met ringbandje en een fleurige omslagillustratie van bloemen of vogels.  

 

 

Notitieboekjes

 

 

Dat grootse werk begon dus in aantekenboekjes die waarschijnlijk overal mee naartoe gingen en die ook overal voor konden dienen: ze zien er zonder uitzondering intensief gebruikt uit.  

 

De veelzijdigheid van Armando’s leven en werk spat van de kleine pagina’s.  

 

 

Notenbalkje

 

 

Een notenbalkje: Armando was behalve schrijver en kunstenaar ook violist, in een stijl die wel ‘gypsy jazz’ wordt genoemd. Hij speelde met het orkest van Tata Mirando of met zijn eigen ensemble. Hij was niet de grootste virtuoos, maar omdat hij dat van zichzelf wist, speelde hij economisch en effectief. Het is mooi om in zijn bibliotheek Tipboek viool en altviool aan te treffen. Boven het notenbalkje staat een intrigerende regel: ‘Als het ongedierte een uitwedstrijd speelde, kraaide er ook geen haan naar.’ Een leuke vondst, zou die voor een sprookje geweest zijn? Voor zover ik kan nagaan is de regel nooit gebruikt.  

 

 

Seestück, 2014

 

 

Muziek, literatuur en beeldende kunst liepen bij Armando door elkaar heen, dus tref je ook dit soort pagina’s aan: Armando beschrijft zijn Seestück uit 2014 in woorden: ‘blau, grün, gelb, wit’ (grappig, je zou ‘weiss’ verwachten).  

 

 

Seestück: ‘blau, grün, gelb, wit’

 

 

Ook naast deze beschrijving van Seestück staat tekst, een beetje in de stijl van Herenleed – maar daarvoor is deze aantekening wel wat laat. Misschien is het iets geweest voor Mensenpraat, maar was het daarvoor te absurdistisch? Er valt over te speculeren, in elk geval zijn ook dit opmerkelijke regels:  

  

‘Meneer, zegt u toch niet wat u zegt.’  

‘Ik zeg nooit wat ik zeg.’  

‘Nee, dan is het goed.’  

  

Dan zijn er ook de pagina’s die niets bruikbaars opleverden, wat te zien is aan de strepen en doorhalingen.  

 

 

Doorhalingen

 

 

Zo’n pagina roept het beeld op van iemand die zijn zintuigen openstelt voor de wereld, die zinnetjes hoort die hem opvallen. Het zou een onderzoek waard zijn om in al die pagina’s met doorgehaalde tekst te zien of er nog iets van in een gepubliceerd werk is beland, of dat observatie als ‘Joh, Nederlanders vinden veel gek, kijk die es, wat ziet die er gek uit, ik verbaas me daar altijd over, ik denk altijd moeten zij weten’.  

 

Sommige gedichten kwamen een stapje verder: van het kleine boekje naar een groter stuk papier, zoals een gedicht met de titel ‘Waarom’:  

 

Op een avond 

spraken ze over het dreigende zonlicht 

en de plechtige hitte. 

Waarom? 

 

 

‘Waarom’

 

 

Ook dit haalde het stadium van de publicatie niet, al maakt het een voltooide indruk en suggereert ook de nummering dat het een plaats kreeg, of althans op het punt stond die te krijgen. 

  

En natuurlijk diende een notitieblokje ook gewoon als adresboek.  

 

 

Adressen

 

 

Hij was in Italië, zoveel is duidelijk, en misschien is daar ook onderhandeld over iets? Wat doen die cijfers linksboven?  

  

Voor zowel de biograaf als de literatuurhistoricus is deze doos met boekjes een bron van onschatbare waarde: de vijf ‘snapshots’ hierboven zijn willekeurig gekozen: er zijn letterlijk duizenden van dit soort bladzijden, in tientallen van die boekjes. Ze brengen het ontstaansproces van het werk dichterbij. Je ziet hem schrijven.  

  

Dankzij andere onderdelen van de nalatenschap is er ook iets te zien over het denkproces dat aan het schrijven voorafging. In sommige boeken maakte hij aantekeningen, en hij had een handig systeem om de nummers te noteren van de bladzijden waarop hij aantekeningen had gemaakt. 

 

 

 

 

Zo las Armando het boek Kindheit und Jugend unter Hitler, en zien we dat hij op pagina 90-91 iets had gevonden wat hem trof, namelijk deze passage: ‘Ik heb in deze tijd geleerd hoezeer de materiële omstandigheden van invloed zijn op hoe mensen nadenken over politiek en vrijheid. Vrijheid is op zichzelf niet materieel; de maandelijkse loonstrook en de vaste baan waren voor veel mensen belangrijker dan vrijheid en democratie.’ En zo zit in dit zinnetje een kernvraag van Armando’s werk: hoe kon het kwaad zich nestelen in gewone mensen? 

  

De oorlog neemt een belangrijke plaats in: van zijn jeugd tot aan zijn dood hield Armando dossiers bij met knipsels over de nazi’s, de kampen, de meelopers. Ook over andere onderwerpen verzamelde hij literatuur: over boksen bijvoorbeeld, en natuurlijk de Winnetou-boekjes van Karl May. Winnetou bij de bedoeïenen was de bron voor dit gedicht uit de Karl May-cyclus: 

  

Hij had bloed gespuwd en twee tanden verloren,   

wel een bewijs  

dat mijn kolfslag niet bepaald een liefkozing geweest was   

  

Nog meer geweld dus, al is het effect hier vooral relativerend. En dat is het effect dat die aantekenboekjes ook hebben. Wanneer Armando opschrijft ‘Een gigant. Eenieder die dat wil ontkennen is een niemand’, lijkt dat een grootheidswaanzinnig grapje uit de tijd dat hij zichzelf regelmatig omschreef als heerser. Maar zo in een miniem notitieblokje, in dat priegelhandschrift, krijgt zo’n zinnetje zelfs iets… schattigs

 

 

‘Een gigant’

 

Armando. Foto: Herrie van Borssum, collectie Literatuurmuseum