Geen schrijvende moeders, maar schrijvers met kinderen

Vrouwen die schrijven krijgen soms kinderen. Ter ere van Moederdag bekijkt Renée van Marissing in het Literatuurmuseum mooie, soms ontroerende foto’s van schrijvers met hun kinderen.

 

Zoon Jerry kijkt over de schouder van zijn moeder Thea Beckman mee op het papier in de typemachine. Hij heeft zijn linkerhand op de rugleuning van haar stoel gelegd. Hella Haasse houdt trots haar dochter Chrisje vast. Ethel Portnoy tilt baby Gabriël voor haar borst, beiden kijken de lens in. De zoon grijpt met zijn vingers naar de handen van zijn moeder. Margot Vos en haar dochter poseren wang tegen wang in de huiskamer. Annie M.G. Schmidt en zoon Flip, die samen op hun hurken op de stoep zitten. Hij eet een boterham, zij zit achter hem. Het zijn een paar voorbeelden van foto’s van moeders met hun kind of kinderen uit het archief van het Literatuurmuseum. 

 

 

 

Wat deze foto’s gemeen hebben, is de zachtheid, de ontspannenheid, het plezier en de trots die er van de vrouwen uitgaat. Ze staan in hun kracht, deze vrouwen met hun kind. Ik herken de verbintenis die ik zie, de eenheid die ouder en kind vormen. Ze zien elkaar zonder dat ze daar moeite voor hoeven doen. En ook als ze niet naar elkaar kijken zijn ze zich bewust van elkaars aanwezigheid, zijn hun onzichtbare antennes op elkaar afgestemd. 

 

 

Annie M.G. Schmidt met zoon Flip, eind jaren 50.

 

 

En wat deze vrouwen gemeen hebben is dat ze naast moeder ook schrijver zijn. Op een aantal foto’s is dit mooi te zien. Bijvoorbeeld wanneer schrijvers hun kinderen meenemen naar een literair evenement. Veronica Hazelhoff heeft haar dochter Eva meegenomen naar de uitreiking van de letterkundige prijzen in 1995, waar zij de Nienke van Hichtum-prijs krijgt voor de jeugdroman Veren. Op diezelfde avond won Eva Gerlach de Jan Campert-prijs voor de bundel Wat zoekraakt. Eva Gerlach en haar dochter houden elkaars hand vast, terwijl ze beiden voor zich uit kijken. De verbondenheid tussen kind en ouder is ontroerend zichtbaar. Op vrijwel alle foto’s die ik bekijk is er fysiek contact tussen moeder en kind.

 

Een van de meest ontroerende dingen aan het ouderschap vind ik nog steeds de vanzelfsprekendheid waarmee mijn zoon soms een hand op mijn schouder of mijn been legt. Waarmee hij in vol vertrouwen tegen me aanleunt als hij een puzzel maakt, of als hij probeert zijn sokken aan te trekken.
 

 

Veronica Hazelhoff met dochter Eva tijdens de uitreiking van de Nienke van Hichtum-prijs, 1995

 

 

Eva Gerlach met haar dochter tijdens de uitreiking van de Jan Campert-prijs, 1995

 


Een bijzondere splitsing van schrijver en moeder toont de foto van Mensje van Keulen met haar zoon en het portret dat Lia Laimböck van haar maakte. De schrijver Mensje van Keulen op het schilderij, en de moeder Mensje van Keulen staan naast elkaar. Moeder en zoon hebben hun armen om elkaar heen geslagen, terwijl de moeder met haar andere hand het schilderij van de schrijver vasthoudt. Moeder en zoon staan dicht tegen elkaar aan, de schrijver, een paar centimeter langer dan de moeder, staat schuin voor ze. Alle drie kijken ze recht voor zich uit, de lens in.  

 

 

Mensje van Keulen met zoon Aldo en portret door Lia Laimböck, 1995

 

 

In het archief van het Literatuurmuseum ligt ook een cartoon van Peter van Straaten. Twee vrouwen van ik gok rond de zestig zitten op de bank in een woonkamer. De ene vrouw zegt tegen de andere: ‘Ik had dat boek natuurlijk veel eerder moeten schrijven, maar ja, ik zat met de kinderen…’ 

 

Alleen een man heeft dit kunnen tekenen. Kijk naar al de vrouwen op deze foto’s, al deze moeders. Kijk naar de oeuvres die ze hebben geschreven, terwijl ze ook moeder waren. Ja, natuurlijk heb ik collega-schrijvers (vrouwen én mannen) met kinderen weleens horen verzuchten dat schrijftijd met een klein kind niet overhoudt. Zelf wens ik ook veel vaker dan voordat ik een kind had, of er alsjeblieft wat meer uren in een dag mogen zitten. Maar ik zie ook dat zeer weinig vrouwen zich hierdoor laten tegenhouden. Niet genoeg uren in een dag? Er is altijd nog een avond. Er zijn soms middagslaapjes, er zijn speeltuinen waar je op de rand van de zandbak kunt zitten met een pen en een notitieboek. Er zijn partners, ouders en vrienden die de zorg kunnen delen. Of je doet een paar maanden langer over je volgende boek of bundel, een paar jaar desnoods. Van Mensje van Keulen zijn meer dan dertig titels verschenen, and still counting, Thea Beckman schreef achtentwintig boeken, Hella Haasse publiceerde, als ik goed heb geteld, tweeënzestig romans, verhalenbundels, lezingen en essays, en ze won twintig literaire prijzen. 

 

Vrouwen die schrijven krijgen soms kinderen. Dat ze moeder en schrijver zijn maakt ze geen schrijvende moeders, maar schrijvers met kinderen. 
 

 

 

Alle foto’s zijn afkomstig uit de collectie van het Literatuurmuseum.