Eva
Gerlach

1995

Jan Campert-prijs
Eva Gerlach (1948) heeft de Jan Campert-prijs 1995 ontvangen voor haar bundel Wat zoekraakt.

‘Een fotograferend archeoloog, die thuiskomt met beelden van scherven werkelijkheid,’ zo kenschetste de jury Gerlach. In Wat zoekraakt (1994) zag zij het bewijs van een ‘rijp en intrigerend dichterschap’: ‘Gerlach toont in haar gedichten een “hang naar het onzichtbare in het zichtbare”’. ‘De fascinatie voor het niet vastgelegde lijkt de drijfveer achter deze poëzie. Er zijn nogal wat gedichten in de vraagvorm, waarbij het gaat om de relatie tussen tijdsmomenten en om de relatie tussen schrijven en de voorbije werkelijkheid. Daarin valt een voortdurende beweging op te merken van inzicht via vergeten naar zich herstellend inzicht, enzovoort.’ 

 

‘In deze gelijktijdigheid van losheid en orde spiegelt zich het verlangen naar de gelijktijdigheid van waarnemen, vergeten en herinneren,’ schreef de jury. Sigrid Bousset koppelt in het begeleidend essay het ‘spanningsveld tussen werkelijkheid, waarneming en herinnering’ waarin Gerlach zich bevindt aan haar fascinatie voor de fotografie. ‘Het heen en weer geslingerd zijn door herinneringen die vervagen, weer te voorschijn komen, nieuwe herinneringen met zich mee brengen die dan weer andere verdrukken: het bepalen van een eigen identiteit binnen het ongrijpbare spel dat het geheugen met je speelt, het zijn moeilijke opdrachten voor Eva Gerlach. (…) Woorden houden de dingen niet vast, ze creëren slechts een schijnbare orde.’ Maar als een fotograaf ‘slaagt [Gerlach] erin beweging te verbeelden – een glijdende, ondoorgrondelijke beweging tussen wat stolt en wat vloeibaar is, wat stilstaat en wat zich verroert, wat afwezig is en wat aanwezig, wat verleden en heden is, wat dood is en wat leeft.’ 

‘Gerlach toont in haar gedichten een “hang naar het onzichtbare in het zichtbare”’

‘Een heel zintuiglijke dichter, die bij voorkeur wil kijken, goed kijken,’ schreef Tom van Deel in Trouw. ‘Het vierde gedicht van de reeks “Doorschijnend lichaam” (…) laat zien met hoe weinig woorden Gerlach een situatie kan typeren en hoe sterk zij in details is.’ 

 

Daar staat zij pieken kletsnat om haar hoofd vol nieuwe voortanden en zij lacht want ze heeft de weddenschap gewonnen, nacht goed aan in 2 minuten. Danst en springt, er moet weer ijs gekocht, kijkt hoe ik kijk legt haar slordige hoofd op mijn buik, ‘stil doe nou het licht maar uit ik wil een droom gaan dromen die ik op school heb bedacht.’ 

 

Eva Gerlach is dichter en vertaler. Ze debuteerde in 1979 met Verder geen leed, dat werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 1988 ontving ze de A. Roland Holst-penning voor haar gehele oeuvre. Gerlachs zevende bundel Wat zoekraakt werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 1995. 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Nicolette Smabers, Sarah Verroen en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 15 december 1995 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson / Literatuurmuseum