Kastelen, bossen, bergen, rivieren: de tekeningen van Tonke Dragt spreken tot de verbeelding

Tonke Dragt maakte zelf alle illustraties in De brief voor de koning, nu te zien als Netflix-serie, en het vervolg Geheimen van het Wilde Woud. Tussen de originele tekeningen in het Literatuurmuseum zijn enkele te vinden die niet in de boeken zijn opgenomen, valt Renée van Marissing op.

 

‘Dit is een verhaal van lang geleden, toen er nog ridders waren.ʼ Zo begint De brief voor de koning, het wereldberoemde jeugdboek van Tonke Dragt. De 16-jarige Tiuri wordt op een queeste gestuurd, een tocht vol avontuur en gevaar.

 

Deze jeugdroman is niet alleen het verhaal over een jongen die zijn aankomend ridderschap op het spel zet om een brief te bezorgen, maar ook en vooral een verhaal over een jong mens dat leert dapper te zijn en volwassen te worden.

 

De brief voor de koning verscheen in 1962. In 1963 werd het Kinderboek van het Jaar (de voorloper van de Gouden Griffel) en in 2005 kreeg Dragt voor het boek, bij het jubileum van vijftig jaar kinderboekenprijzen, de Griffel der Griffels. Inmiddels is De brief voor de koning in dertig talen verschenen, er is een musical van gemaakt, het is verfilmd en nu volgt opnieuw een verfilming, die op Netflix te zien is, als serie ditmaal.

 

Het kasteel bij de Regenboog Rivier uit De brief voor de koning. Deze tekening in kleur van Tonke Dragt werd niet in het boek opgenomen

 

 

Achter in mijn exemplaar, dat ik in 1988 voor mijn verjaardag kreeg, staat een getekende landkaart. Ik lag op mijn buik op de grond te lezen en sloeg regelmatig deze laatste bladzijde open. Ik volgde Tiuriʼs reis langs De Blauwe Rivier, de hut van Menaures en het Slot van de Witte Maan, van het land van koning Dagonaut naar het land van koning Unauwen, bij wie de brief moet worden bezorgd. Ik bekeek op welk stuk van de stippellijn de jongen wordt vergezeld door de Grauwe Ridders. Nu is Tiuri over de helft, zag ik toen hij en zijn gids Piak de Grote Bergen over waren getrokken. En ook bestudeerde ik de rest van de kaart, de gebieden waar Tiuri niet doorheen reist maar die toch een grote rol spelen in het boek. Het oosten en zuiden van het Rijk van Dagonaut, waar Tiuri vandaan komt en in het zuiden het land Eviellan, waar de Rode Rivier doorheen stroomt en waar het kwaad vandaan komt. 

 

Het zou niet de enige keer zijn dat een verhaal van Dragt zich in deze (fantasie)wereld afspeelt. In 1970 schreef ze het verhaal ‘Het gevaarlijke vensterʼ, ‘een sage uit het land van Koning Unauwenʼ. Het verhaal staat in de prachtige bundel Als de sterren zingen die in 2017 verscheen. Ridder Marwen wil op een rots aan de kust een kasteel bouwen waar hij met zijn geliefde Iduna kan wonen. Het kasteel raakt betoverd, maar het lukt Iduna de betovering te verbreken. Uit dankbaarheid vernoemt Marwen het kasteel naar zijn geliefde. 

‘Dit kasteel is nu echt ons huis geworden. Daarom zal ik het een naam geven, jouw naam, want jij hebt het veilig gemaakt. Iduna zal het heten, het slot Iduna op de rots bij de zee.ʼ

Tekening van Tonke Dragt voor Geheimen van het Wilde Woud

 

 

Ook de verhalen ‘Het koude huisʼ (een spookachtig reisavontuur) en ‘Het dansende lichtʼ spelen zich af in het Rijk van Unauwen. Op de landkaart achterin De brief voor de koning zie ik het liggen, aan de kust, in het noordwesten: kasteel Iduna. Daarboven, nog meer naar het noorden, ligt Sterredave, waar heer Argarath, de schipper uit ‘Het koude huisʼ, vandaan komt. 

 

De kaart is, net als alle tekeningen in De brief voor de koning en het vervolg daarop, Geheimen van het Wilde Woud, van de hand van Tonke Dragt, die van origine tekendocent is. Een aantal tekeningen ligt in het archief van het Literatuurmuseum. In dun potlood staan teksten op het papier: DERDE DEEL Dwaas van de boshut en EERSTE DEEL Ridder Idian. Ze zijn niet allemaal als illustratie in de boeken opgenomen. 

 

Een van de meest in het oog springende tekeningen is een afbeelding in kleur van een stad. Uit blauwe, gele en roestbruine vlakken zijn de muren, de huizen, het kasteel en de marktkramen opgebouwd. Boven in de lucht vliegen tientallen witte vogels. Het is Dangria, staat achterop het papier geschreven. En wanneer ik bij herlezing van De brief voor de koning de beschrijving van Dangria lees, zie ik de tekening direct weer voor me: 

 

De stad Dangria, tekening niet opgenomen in het boek

Machtig en indrukwekkend waren haar gekanteelde muren, met de vooruitstekende bastions, van enorme steenblokken opgestapeld. Hier en daar staken boven de muren torens uit, sommige dik en zwaar, andere rank en puntig, met koperen windvanen op de daken.

 

 

 

Maar de meeste tekeningen zijn zwart-wit. Vrijwel geen enkel gezicht op de tekeningen is ingevuld. Het zijn donkere figuren met blanco gezichten. Mannen op paarden of monniken gekleed in een pij. Op de tekeningen is vooral veel landschap te zien, landschap dat tot de verbeelding spreekt: kastelen, bossen, bergen, rivieren, een diepe kloof met een hangbrug en donkere luchten met vogels of de maan. En Tiuri, die te voet of te paard door dat landschap gaat. 

 

 

In 2008 is De brief voor de koning verfilmd door regisseur en medescenarist Pieter Verhoeff, met Yannick van de Velde als Tiuri. Een paar jaar eerder was er al sprake geweest van een verfilming, maar Dragt kon zich niet vinden in de scenariobewerking en het project werd afgeblazen. 

 

En nu is er dus een nieuwe bewerking, een serie, waarvan het eerste seizoen uit zes afleveringen bestaat. Ik kijk naar de trailer van wat nu de The Letter for the King heet, Tiuri heeft opnieuw een gezicht gekregen, dit keer dat van de Engelse acteur Amir Wilson. 

 

De trailer ziet er mooi uit, spannend, groots. In deze vreemde tijd ongetwijfeld een serie om te bingewatchen. Zelf wacht ik daar nog even mee, nu ik het boek net weer herlezen heb en mijn eigen Slupor, Piak, kastelen en landschappen nog in mijn hoofd zitten. Dat hou ik graag nog even zo.

 

 

Alle tekeningen zijn gemaakt door Tonke Dragt en komen uit de collectie van het Literatuurmuseum.