Tante To

Toen tante To in Amsterdam
vanmorgen naar beneden kwam,
om vijf voor half zeven,
toen zei ze heel verwonderd: Hee,
wat zit daar op de kanapee?
Wat zal ik nou beleven?

De hele kamer was versperd,
want op de sofa zat een hert.
En tante To riep: Kssst! en Vort!
Ze gooide met een keukenbord.
Maar 't beest bleef rustig binnen.

Daar zat het, bij de radio,
terwijl die arme tante To
niet wist wat te beginnen
en heel erg opgewonden werd,
want op de sofa zat dat hert.

Ze heeft de brandweer opgebeld
en 't ook aan ome Bert verteld
en aan de commissaris.
De buren uit de hele wijk,
die kwamen. En ze riepen: Kijk,
daar zit-ie nou. Kijk daar 's.

Het is toch wat, zei ome Bert,
daar op die sofa zit een hert!
Maar niemand die er raad op wist.
Daar zat het beest. Het wou beslist
de kamer niet verlaten.

In vredesnaam, zei tante To,
vooruit, het is nou eenmaal zo,
we zullen 't daar maar laten.
Ze heeft er zich bij neergelegd.
Nu is ze aan het hert gehecht
en kan er niet meer zonder.

En bovendien, aan het gewei
daar hangt nu het eetgerei
van boven en van onder.
En tante To zegt: 't Is niet gek,
ik heb een beeldig pannenrek.
Zo is het goed, naar mijn gevoel.
En 't hert heeft ook een levensdoel.
Bekijk het hele versje