Ik denk aan mijn eigen stofzuiger, is dat niet dezelfde als die van Vestdijk?

De ene schrijver heeft absolute stilte nodig, de ander werkt het best met een beetje reuring om zich heen. Legendarisch is het verhaal van Vestdijk, die graag schreef met het mechanische gebrul van zijn stofzuiger op de achtergrond.

De muren, de vloeren, het plafond en de tafel van mijn oude huis kraken en piepen op willekeurige momenten en alles piept en kraakt tegelijk als het buiten stevig waait. Mijn grote ramen met enkel glas liggen aan de straatkant. Als de tram voorbijdendert wordt elk geluid dichtbij een paar tellen overstemd. Ondanks het gezucht van mijn huis en die trams kan ik goed werken in mijn woonkamer. Ik behoor nu eenmaal niet tot de groep schrijvers die absolute stilte nodig heeft om zijn hoofdstukken op papier te krijgen. Sterker nog, een beetje reuring om me heen bevordert de productiviteit. Ik schreef voor de coronacrisis graag in volle cafés waar baby’s huilen en relaties worden verbroken. 

Ik ken de verhalen over schrijvers die glasvezelkabels uit hun huis slopen omdat ze menen dat er een ruis te horen is. Auteurs die verwarmingsbuizen te vaak laten luchten en die hun koelkast overdag uit trekken. Desondanks gaat het schrijven nog steeds slecht, want op grote hoogte scheren vliegtuigen over, op straat schieten scooters voorbij en in de nok van het huis knagen muizen aan het isolatiemateriaal. Wanneer ik hoor of lees over lawaai-ergernissen die zorgen voor schrijfblokkades, moet ik gniffelen. Ik ben geneigd te denken dat deze schrijvers zich aanstellen. Zoals tennissers wanneer ze absolute stilte eisen bij het serveren. 

Toen ik pas een collega mild aan het uitlachen was die klaagde dat de hond van de bovenbuurman te hard liep, vroeg hij: ‘Ken je dat verhaal van de stofzuiger van Vestdijk eigenlijk?’ 

Nee. 

Vestdijk ergerde zich kennelijk mateloos aan geluiden als hij schreef. Daarom ontwikkelde hij de gewoonte om zijn stofzuiger naast zich aan te zetten. Het monotone geluid dat eruit kwam maakte dat alle onregelmatige geluiden min of meer verdwenen. Jarenlang heeft hij geschreven met die stofzuiger naast zich. In het archief van het museum liggen de oordoppen die hij hierbij schijnt te hebben gedragen. Thermometerhulsjes met watten erin gepropt. 

De bewuste stofzuiger behoort ook tot de collectie van het Literatuurmuseum. Een conservator loodst me de opslagruimte binnen met daarin schilderijen, tekeningen en enkele andere opmerkelijke voorwerpen. Ik ga door de knieën bij de stofzuiger, en bekijk het ding. Een oud, robuust exemplaar dat nog aardig glimt. Van Deense makelij, merknaam Nilfisk. Ik laat me vertellen dat in 1998 nog een Deense monteur is ingevlogen om de zuiger, die kapot was, te maken, zodat de bezoekers het echte geluid konden horen. Dat voorrecht is mij nu niet gegund, want het snoer ontbreekt. Een tijdje kijk ik met de conservator naar de Nilfisk, maar het is een doodgewone, oude stofzuiger van metaal. Niks bijzonders aan te zien. Ik ben eerlijk gezegd meer gegrepen door het voorwerp dat ernaast ligt: een verlopen knuffelkonijn, uit welk boek laat zich raden

Toen ik twee jaar geleden begon met het schrijven aan mijn derde roman Hucht, werd het appartement boven het mijne verbouwd. Voor mijn grote raam stond een steiger waarop bouwvakkers de hele lente stonden te timmeren en naar elkaar te roepen. Dit leidde me niet eens ontzettend af, maar ik kocht wel een koptelefoon en zocht op Spotify geschikte muziek om te draaien tijdens het schrijven.  Ik kwam uit bij de Canto Ostinato van Simeon ten Holt, regelmatige melodieuze muziek. Maandenlang werkte ik aan mijn roman op de klanken van dit stuk, en hoewel het schrijven goed ging, begon de muziek me te vervelen. Ik zocht soortgelijke muziekstukken op, maar niks werkte zo goed als die duivelse Canto. Ik kan de melodieën inmiddels dromen en vraag me angstig af of ik ooit zonder die muziek aan romans kan werken. Zal het met Vestdijk en die stofzuiger ook zo zijn gegaan? Ontdekte hij op een dag dat het werkte en heeft hij zich er vanaf toen bij neergelegd dat dit de enige methode was voor hem?  

In de trein terug naar huis, nadat ik de stofzuiger heb bekeken, schiet me mijn eigen stofzuiger te binnen. Het robuuste voorkomen, het glimmend metaal. Is dat niet dezelfde? Thuis controleer ik het meteen, en ja, exact dezelfde. Ook een Nilfisk. 

De stofzuiger heb ik nog niet zo lang. Toen mijn moderne zuiger stukging, nam mijn moeder deze Nilfisk mee, die nog van haar eigen moeder was geweest. Een bijzonder en gelukkig toeval, want nu kan ik dat geluid waarop Vestdijk zo lekker ging zelf horen.

De volgende morgen zet ik thuis de stofzuiger naast mijn schrijftafel, steek de stekker in het stopcontact en zet het ding aan. Mijn woonkamer vult zich met mechanisch gebrul. Het geluid is harder dan dat van mijn blender, en zelfs harder dan wanneer mijn wasmachine water begint af te pompen. Ik luister er een minuut naar, terwijl ik me slecht voel dat ik de stofzuiger zomaar aanzet, zonder hem daadwerkelijk te gebruiken. Ik begin te werken. Maar concentreren lukt niet, ik vraag me af hoe ver Vestdijk die stofzuiger van zijn bureau zette, want het ding maakt echt een bak herrie. En dan schieten me zijn oordoppen te binnen, die me toen ik ze zag nogal onaangenaam toeschenen, maar inmiddels snap ik wel waarom ze nodig waren voor hem. Al deze tijd klinkt er een hoge piep, een soort gefluit door het kabaal heen. Was dat bij die van Vestdijk ook het geval, of zit er iets vast in de slang? Ook straalt er van de Nilfisk hitte af; ik voel het aan mijn linkerkant opkomen. Hoeveel uur schreef Vestdijk op een dag? Toch minstens vijf, lijkt me? Stond dat ding dan de hele tijd oververhit aan? Had de schrijver trouwens buren? Want ik weet zeker dat die van mij dit zinloze geraas door de muren heen horen. 

Terwijl ik dit allemaal overdenk, begin ik zonder er erg in te hebben te schrijven. Het gedaver van de stofzuiger hoor ik nog nauwelijks. Heel in de verte klinkt de tram. Mijn krakende tafel lijkt te zwijgen. Uren gaan voorbij, ik laat de stofzuiger aan, en vergeet dat hij er is. Af en toe, wanneer ik een pauze neem, ben ik me even bewust van de onnozelheid van dit experiment. Al die verloren energie, de overlast waarmee ik mijn buren opzadel. Als ik mijn hand op de stofzuiger leg, voel ik hoe heet die is geworden.

Maar nog even laat ik hem aanstaan, nog even schrijf ik door. Een kort verhaal, in een paar uur af. Ondertussen heb ik niet door dat mijn woonkamer zich vult met de muffe lucht die uit de stofzuiger komt, de geur van oud stof. Als ik klaar ben met schrijven, zal ik de ramen wijd openzetten. Strakjes, eerst nog even verder werken.