Marga
Minco

2019

P.C. Hooft-prijs
Op maandag 10 december 2018 heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde besloten de P.C. Hooft-prijs 2019 voor verhalend proza toe te kennen aan Marga Minco.

De prijs is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Gustaaf Peek, Mathijs Sanders (voorzitter), Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur. Het bedrag dat aan de prijs verbonden is bedraagt 60.000 euro.

 

Eerder werd het oeuvre van Marga Minco (pseudoniem van Sara Minco, geb. Ginneken en Bavel, 31 maart 1920) bekroond met de Annie Romeinprijs (1999) en de Constantijn Huygensprijs (2005). Voor haar debuut, Het bittere kruid uit 1957, kreeg ze de Vijverbergprijs, voorloper van de F. Bordewijkprijs. Enkele andere titels van Minco zijn: De val (1983), De glazen brug (1986, Boekenweekgeschenk), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004). Minco’s verhalen zijn verzameld in Achter de muur (2009) en in 2015 verscheen Na de sterren, een keuze van de schrijfster zelf uit haar verhalen aangevuld met de roman Een leeg huis (1966).

Marga Minco ontvangt de prijs bij haar thuis uit handen van Abdelkader Benali, secretaris-penningmeester van de stichting P.C. Hooft-prijs. Credits foto: Mylene Siegers.

Fragment uit het juryrapport

De jury stelt dat Marga Minco door Het bittere kruid de Nederlandse stem is geworden in de Europese oorlogsliteratuur. Haar verhalen zijn, zo schrijft de jury, geworteld in haar leven, waarin zich zoveel samentrekt op de jaren 1940-1945 en hun nasleep.

 

De jury oordeelt ook: ‘De romans en verhalen van Marga Minco geven vorm aan existentiële ervaringen als angst, schuldgevoel, eenzaamheid en een diep maar nauwelijks te verwoorden verlangen naar geborgenheid. Zonder te psychologiseren, zonder pathetiek of pretentie, maakt zij een ondoorgrondelijke werkelijkheid invoelbaar en voorstelbaar.’

Uitreiking

Bij het heuglijke bericht dat Marga Minco zou worden gebeld door de bestuursvoorzitter van de stichting P.C. Hooftprijs, Gillis Dorleijn, zegt Minco beslist dat iemand anders haar op 10 december moet bellen. Gillis Dorleijn blijkt een kleinkind te zijn van de mensen die zich de bezittingen van Minco’s Joodse ouders na de oorlog hebben toegeëigend, een gebeurtenis die ze beschrijft in het verhaal ‘Het adres’ uit 1957 – de echte naam van de familie wordt daarin niet genoemd. In een boekje dat ter ere van de prijsuitreiking op 4 juni is verschenen, is behalve het juryrapport en Minco’s dankwoord ook het verhaal ‘Het adres’ opnieuw gepubliceerd, met een reconstructie van de kwestie geschreven door Minco’s dochter Jessica Voeten, en de reactie van Gillis Dorleijn.

 

Net zoals bij F.B. Hotz en Arthur Lehning, werd de prijs – gelet op de leeftijd en de gezondheid van de laureaat – bij de schrijver thuis uitgereikt in aanwezigheid van een kleine delegatie van bestuur en jury en Minco’s twee dochters.

 

 

 

Credits portretfoto: Thomas Doebele