Menno ter Braak (1902-1940)
Voor sommigen betekent het begin van de oorlog letterlijk het einde. Als Menno ter Braak op 14 mei 1940 op de radio hoort dat Nederland capituleert en de Duitse bezetting begint, weet hij: dit betekent de ondergang. Hij pleegt zelfmoord. De invloedrijke criticus had zich in de voorgaande jaren al fel uitgesproken tegen de ideologie van de nazi’s. In zijn boek Het nationaal-socialisme als rancuneleer (1937) waarschuwt hij dat de opmars en aanhang van de nazi’s veel grotere en angstaanjagender vormen aanneemt dan velen denken. Samen met o.a. E. du Perron, J. Greshoff en Jan Romein richt hij Het comité van waakzaamheid (1936-1939) op. Het comité deelt brochures uit, organiseert lezingen over het naderende gevaar en beijvert zich om Duitse vluchtelingen in Nederland toe te laten. Vlak voor de oorlog was Ter Braak nauw betrokken bij een aantal uit Duitsland afkomstige auteurs, onder meer Thomas Mann, die hun vaderland verlaten uit angst voor de naziterreur.
Opmerkelijk is dat zijn goede vriend E. du Perron op vrijwel hetzelfde moment sterft aan een hartaanval. Niet veel later overlijdt ook dichter H. Marsman, een andere vriend, als deze naar Engeland vlucht. Zijn boot gaat ten onder na een ontploffing in de machinekamer. De bijna gelijktijdige dood van deze drie schrijvers slaat een enorm gat in hun generatie.