; Film - The Tjong Khing - Literatuurmuseum - Literatuurmuseum

Film

Thé Tjong-Khing heeft een sterk cinematografisch geheugen. Al sinds zijn vroege jeugd is zijn leven verweven met films. Hij groeide op in Nederlands-Indië, als eerste zoon in een Chinees gezin met vier dochters. Zijn familie was welgesteld, besefte hij pas veel later, en bewoonde een statig wit huis in Cirebon op West-Java, dat ontelbaar veel kamers had en wemelde van bediendes.

Ontdek dit thema

Direct aan de immense achtertuin grensde een bos, dat was afgeschermd met een muur. Als kind bracht hij uren in de tuin door. Zijn vader dreef handel en wisselde steeds van ‘business’. Hij verkocht partijtjes, had eens een ijsfabriek, en ook een bioscoop. Thé zag steeds dezelfde films en raakte al jong gefascineerd door film.

Ook later, als student in Bandung, bezocht Thé geregeld de bioscoop. Hij herinnert zich tot in detail het beslissende moment waarop hij een western zag waarin twee vrouwen met elkaar op de vuist gingen. In een overvolle saloon rolde de blonde hoofdrolspeelster in haar glimmende onderjurk over de grond, de mannen stonden er schreeuwend omheen. Het maakte een verpletterende indruk. Zoiets bestond niet in zijn wereld. De blonde dame nestelde zich in zijn hoofd, hij tekende haar in allerlei poses. Pas later ontdekte hij wie zij was: Marlene Dietrich, die schitterde in de film Destry Rides Again (1939), die was gebaseerd op een boek van de bekende pulpschrijver Max Brand.

Marlene Dietrich in Destry Rides Again (1939)

Thé zag dezelfde films steeds weer en bouwde een filmisch geheugen op van scènes, camerastandpunten en gezichtsuitdrukkingen. Zijn blik richtte zich op het beeld, een lach, een gebaar – meer dan op het verhaalverloop. Had hij de mimiek van een acteur eenmaal in zijn geheugen, dan kon hij die feilloos oproepen. Thuis trainde hij zichzelf in vingervlugheid, tot hij in een handomdraai een portret van Jane Russell, zijn favoriete actrice, kon tekenen. In zijn dankwoord bij de uitreiking van de Max Velthuijs-prijs in 2010 verklaarde Thé zijn schatplichtigheid aan de naoorlogse cinema: ‘Al die uren in het veilige donker, je had het verspilde tijd kunnen noemen. Want wat heb je eraan als je kunt vertellen dat Bette Davis met haar ellebogen acteerde, dat Jane Russell haar ogen op cruciale momenten samenkneep, dat Joan Crawford altijd even hevig met haar hoofd schudde als ze boos was.’ Het bleek echter een goudmijn, waaruit hij eindeloos kon putten. Zo 'verwerkte' hij Margaret Leighton en Jim Backus in respectievelijk De ethiek van Xorxoz en Het bevroren verleden.

Film werd een vertrekpunt voor zijn carrière als illustrator. Toen hij in Nederland begon te werken als striptekenaar, wist hij waar hij de camera wilde hebben, waar de lampen moesten staan, hoe de personages moesten acteren. ‘Ik was regisseur, belichter, decorbouwer en alle acteurs tegelijk.’ Zonder film is zijn werk niet voor te stellen, weet hij nu. ‘Ik denk in films, dat is waar alles mee begint. Mijn tekeningen zijn vaak film-stills. In mijn hoofd zie ik geen stilstaande plaatjes, het beweegt. Die beweging vertaal ik naar het papier door de film op een zeker moment stil te zetten. Veel van wat ik weet over het gebruik van licht en donker, komt uit films. Met contrasten kun je een bepaald effect najagen.’

Uit Het loterijbriefje, Els Pelgrom. Ploegsma (2000)
Uit De dertig mooiste verhalen van de sprookjesverteller. Gottmer (2010)
Uit Meer verhalen van de sprookjesverteller. Gottmer (2009)

Meer zien?

In de galerij zijn alle beelden bij dit onderwerp verzameld.

Bekijk nu alle beelden

Het eerste album dat Thé tekende, de popstrip Iris (1968), leunde zwaar op de cinema. Zo is de centrale schurk ontleend aan de bloeddorstige graaf uit Nosferatu, eine Symphonie des Grauens, de allereerste Draculafilm uit 1922, met Max Schreck in de hoofdrol.

Actrice Sharon Tate

Ook voor de krantenstrip Arman & Ilva (1969-1975) putte Thé uit zijn ijzersterke filmische geheugen. Hij ensceneerde kamers naar Hitchcock, ontleende poses aan bekende filmscènes en modelleerde tal van personages naar film- en televisiesterren. De blonde actrice Sharon Tate, die in 1969 werd vermoord, gebruikte hij als model in Het bevroren verleden (1970).

Een mooie anekdote over het naar zijn hand zetten van filmsterren is te vinden in Het spoor dat verdween (1973, heruitgegeven in 2006). In deze aflevering van Arman & Ilva gebruikte Thé de jonge actrice Angela Lansbury als model voor Lydea. Thé kleedde Lansbury in een stijlvolle zwarte mantel en maakte haar voor de gelegenheid jaren ouder. Toen Lansbury later bekend werd als Jessica Fletcher in de populaire tv-serie Murder, She Wrote, ontdekte Thé tot zijn verrassing dat ze sprekend op zijn tekeningen was gaan lijken.

Begin jaren zeventig was Thé voor even een televisiester in de veelbekeken filmquiz Voor een briefkaart op de eerste rang onder leiding van quizmaster Bob Bouma. Als steeds terugkerende quiz-kandidaat spuide hij zijn filmkennis en wist hij razendsnel cinematografische zoekplaatjes op te lossen. Hij won zoveel afleveringen achter elkaar dat er na zijn zege een maximum werd gesteld aan het aantal keer dat een kandidaat mocht terugkeren. Frans Halsema en Gerard Cox maakten in 1973 in hun conference Wat je zegt… dat ben je zelf een parodie op Thé’s onwaarschijnlijke filmkennis.

Marilyn Monroe en Henk van der Meijden in TV privaat, Storende verhalen. Marilyn was here (1976). Heruitgave Sherpa (2008)
Toon alle thema's