; Mode - The Tjong Khing - Literatuurmuseum - Literatuurmuseum

Mode

Pruiken, vleermuismouwen, flared jeans, stola’s, plateauzolen, tuinbroeken – je kunt geen kledingstuk bedenken of Thé Tjong-Khing heeft het weleens getekend. Hij heeft niks met mode zegt hij, maar toch laat zijn vroege werk zich lezen als een catwalk. 

Ontdek dit thema

Dat komt omdat hij het lastig vindt om zelf kledingstukken te verzinnen. Hij grabbelt de garderobes van zijn karakters bij elkaar uit tijdschriften en kijkt altijd om zich heen. ‘Vroeger kocht ik stapels tijdschriften. Als ik alle jurken uit zo’n modeblad gehad had, nam ik een nieuwe. Ik tekende niet klakkeloos na, maar gebruikte de mouwen van de een, de rok van de ander. En ik keek de patroontjes af.’

Omslagillustratie Sjato Lila de Roze, Simone Schell. Van Goor (1984)
Uit Poes is zoek, Nini Jurriens. Zwijsen (1978)
Omslagillustratie Nancho niemand, Diana Lebacs. Leopold (1979)

Al in zijn stripperiode leefde hij zich uit op de modewereld. Iris, het eerste stripalbum dat hij maakte samen met Lo Hartog van Banda, speelt zich af in een futuristische pruikentijd, waarin seksuele vrijheid de norm is, maar het tonen van het eigen haar taboe. In een brief aan Marten Toonder, zijn voormalige werkgever, schreef Khing in januari 1968 dat hij deze opdracht met twijfels had aanvaard: ‘Ik moet drommels goed oppassen dat het nog een beetje leuk blijft en geen zwaarwichtige verhandeling over dieptepsychologie wordt. (…) De mensen moeten er alleen maar om kunnen lachen.’

Het was Hartog van Banda’s idee om in deze strip aan te haken bij de toenmaals populaire popart. Iris werd een psychedelisch beeldverhaal in felle kleuren, waarin lustig wordt rondgedanst in kinky bodystocking en sexy tijgerprintbikini’s. ‘Eigenlijk was het na-aperij,’ zegt Thé achteraf in een interview met Stripschrift: ‘Het lijkt erg veel op die Franse strip, Les aventures de Jodelle van Guy Peellaert.’ De hallucinatiescènes vond hij een feest om te tekenen. Op een van die plaatjes tekende hij zijn ‘geboortetrauma’: ‘Een terugkerende droom waarin ik van Indonesië naar Nederland moest kruipen door een rubberen buis zo dik als een vinger.’

Ook De gifnaaldmoorden in de krantenstrip Arman & Ilva was een knipoog naar een subcultuur. Het verscheen in 1971, een tijd waarin donkere zonnebrillen en overhangende snorren hip waren (Thé had er zelf ook een). Ilva wordt mannequin, tot grote ergernis van Arman, en rolt een mode-imperium binnen. Ze raakt er verwikkeld in een zaak rond een seriemoordenaar die opereert via giftige sieraden. Thé leefde zich heerlijk uit op de zelfingenomen topcouturier. Achteraf is hij ook daarover minder tevreden, zegt hij in een interview met zijn stripuitgever Mat Schifferstein: ‘Hij hangt de kunstenaar uit en is voortdurend in geëxalteerde toestand. Maar dat is mijn schuld: ik had hem niet in de vingers en durfde hem niet “stil” te zetten, uit angst om mijn grip te verliezen.’

Uit Arman & Ilva. De gifnaaldmoorden, Lo Hartog van Banda (1971). Heruitgave Sherpa (2007)

Sowieso ligt het tekenen van vrouwen hem beter. Ook in de jaren zestig tot tachtig, toen hij regelmatig werkte voor tijdschriften als Tina, Rosita en Eva, kon hij zijn toevlucht tot hen nemen. ‘Ik plukte de vruchten van het jarenlang pin-ups tekenen tijdens de middelbare school. Met mannen had ik meer moeite. Dat zie je wel vaker bij striptekenaars, ze kunnen of mannen of vrouwen, maar zelden allebei.’ De meisjes en dames dragen gestreepte colbertjes, oversized truien en topjes met pofmouwen terwijl ze peinzend voor de spiegel staan of gedachteloos hun brood smeren.

Tekening voor Tina
Tekening voor Tina
Tekening voor Tina

Meer zien?

In de galerij zijn alle beelden bij dit onderwerp verzameld.

Bekijk nu alle beelden

Voor Tina tekende Thé ook een eigen strip: De twee van Oldenhoek (1980). De schurk is gebaseerd op Davids Bowie’s alter ego Ziggy Stardust. Hij draagt een strak sjaaltje om zijn nek dat hij op een spannend moment losmaakt om er een van de meisjes mee te kunnen wurgen. Dat werd de Tina-redactie wat te gortig. Men vreesde voor telefoontjes van moeders met hysterische tienermeisjes, dus werd het betreffende plaatje gekuist met zwarte inkt. 

Ook in zijn kinderboekillustraties bleef Thé teruggrijpen op het heersende modebeeld. Hippiekind Total Loss (1973) kreeg lang haar en een spijkerjackie. De eindeloos lange benen van de Surinaamse Ricardo uit Drie Japies van Els Pelgrom (1980) stak hij in wijde pijpen. In Dan ben je nergens meer van Miep Diekmann (1985) figureren Caribische jongemannen met afrokapsel en bandana’s.

Later, toen Thé zich ging toeleggen op mythen en sprookjesverhalen, raakte de mode naar de achtergrond en begon hij zich te verdiepen in kleding en kostuums uit vroeger tijden. In Mijn geweldige tovertante (2012), dat hij maakte met Dolf Verroen, kwam zijn voorliefde voor onalledaagse kledingstukken nogmaals bovendrijven. De excentrieke tante Cornelia draagt in ieder hoofdstuk een andere outfit.

Toon alle thema's